Picture of Skull

PIRACY

The definitions on this page, reflect the changes in meanings attributed to the words that are related to piracy (as well as the word piracy itself) from the middle ages up till now. The English equivalent for each word is mentioned between brackets.

        

Definitions:

1987 Wolters' Woordenboek Nederlands: Koenen 1989 Etymologisch woordenboek: de herkomst...

1987, Definitions
Wolters' Woordenboek Nederlands: Koenen / M.J. Koenen, J.B. Drewes. - 1e opl., 28e dr. / samengest. door C.A. de Ru. - Groningen : Wolters-Noordhoff, 1987
#1 Filibuster (Filibuster)
m -s; obstructie door lange redevoeringen in een wetgevend vergadering of vertegenwoordigend lichaam; z flibustier

#2 Flibustier (flibustier)
m -s; filibuster; spr: -tier

#3 Kaap (freeboot)
1 v (m) kapen in zee uitlopend gebergte, voorgebergte, 2 v (m) zeeroof: ter -- varen

#4 Kaapvaarder (privateer)
m -s iem die of schip dat kaapvaart uitoefent; -vaart v (m) het met commissie op buit varen in tijd van oorlog; het ter kaap varen

#5 Kapen (privateering)
kaapte, h gekaapt 1. (his) in oorlogstijd op nam en gezag vd vorst of de landsregering met eigen vaartuig jacht maken op de schepen van de vijand; thans: zich (met geweld) meester maken ve vliegtuig op een moment dat het zich in de lucht bevindt of bezig is met starten; 2. (behendig) wegnemen

#6 Kaper (privateer)
m -s 1. iem die de kaapvaart uitoefent; iem die een vliegtuig kaapt: vliegtuig-; 2. kaperschip: er zijn -s op de kust er schuilt gevaar van mededinging van lieden die een zelfde doel beogen als wij

#7 Kaperkapitein (privateer)
m -s kapitein ve kaperschip; -schip o -schepen schip dat ter kaap vaart

#8 Kapersnest
o -en havenstad van waaruit drukke kaapvaart plaatsvindt

#9 Piraat (piraat)
m piraten 1. zeerover, zeeschuimer; 2. ruwe, gewelddadige wetsovertreder: ether-, kabel-, lucht-, weg-, zend-

#10 Piratenbroek
v (m) broek met vrij wijde pijpen, onder de knieŽn afgesloten met een manchet of met een koordje; -druk m -ken roofdruk, druk ve werk met ontduiking vd auteursrechten; -zender m -s buiten de territoriale wateren werkend radio- of televisiezendstation (zeevarende zender), ten behoeve van welks uitzending de desbetreffende landswetten worden overtreden

#11 Piraterij (piracy)
v zeeroverij; thans ook: boeken-, lucht-, platen-, video-, weg-

#12 Vrijbuiter (freebooter/privateer)
m -s 1. kaper, zeerover; 2. het kaperschip; 3. iem met zeer vrije opvattingen, avonturier; 4. iem die zich moeilijk naar wetten en regels schikt; 'vrijbuiteren' -buiterde, h gevrijbuiterd zonder plan iets ondernemen, werken; vrijbuite'rij (privateering) v -en 1. kaapvaart; 2. het op luchtige of immorele wijze najagen van voordeel en genot

#13 Zeeroof (piracy)
m het plegen van daden van geweld in open zee tegen andere vaartuigen of tegen zich daarop bevindende personen zonder machtiging van een oorlogvoerende mogendheid

#14 Zeerover (privateer)
m -s 1. Kaper; 2. kaperschip

#15 Zeeschuimen (freebooting/roven)
zeeroven

#16 Zeeschuimer (searover/pirate)
m -s zeerover

Goto Top
1989 etymologische verklaringen
Etymologisch woordenboek : de herkomst van onze woorden / dor P.A.F. van Veen ; in samenw. met Nicoline van der Sijs. - Utrecht ; Antwerpen : Van Dale Lexicografie, cop. 1989
#1 Boekanier (Buccaneer)
[zeerover] -fr. boucanier [buffeljager, piraat], van boucaner [op buffels jagen, roken van vlees of vis], van boucan [houten rooster om te roosteren en te roken]-tupi macaém (in tupi kunnen b en m aan het begin van een woord wisselen). De naam boekanier werd eerst gebruikt voor Franse jagers op Santo Domingo en veranderde van betekenis bij de uitbreiding van hun werkterrein

#2 Filibuster (Filibuster)
[obstructie door eindeloze redevoeringen] -eng. filibuster [eig. piraat, vrijbuiter] -spaans filibustero -fr. filibustier -nl. vrijbuiter (vgl. vrijbuiter)

#3 Flibustier (Filibuster)
[zeeschuimer] variant van filibuster.

#4 Kapen
[overmeesteren] vermoedelijk -fries capia [kopen] of -lat. capere [nemen]

#5 Kaper (privateer)
[muts] middelnl. caper. van cap (vgl. kapel)

#6 Piraat (Pirate)
[zeerover] middelnl. pirate, fr. pirate [idem] -lat. pirata -gr. peiratès [idem], met van peiran [op de proef stellen, een aanval wagen], verwant met periculeus, empiricus

#7 Roven (to rove)
[wegnemen] middelnl. roven, oudsaksisch robon, oudhd. roubon, oudeng. reafian [roven], oudnoors raufa [doorboren, roven], naast oudeng. bereifan, oudnoors reyfa [boren, rukken, plunderen], gotisch biraubon [beroven]; buiten het germ. lat. rumpere [breken, scheuren], oud-indisch ropayati [hij breekt af]

#8 Vrijbuiter (freebooter/privateer)
[kaper, avonturier] van vrij + buit

#9 Zeeschuimer (searover)
[zeerover] gevormd van zee + schuimen (vgl. schuim, tafelschuimer), middelnl. scumen [o.a. roven, plunderen]


Goto Top | Homepage

Reacties en commentaar naar: M.Bruyneel@ubvu.vu.nl